Regie over het eigen leven

Onze gasten houden, samen met hun familie, de regie over hun eigen leven. In een Herbergier worden levensritme en activiteiten niet opgelegd. En dat geldt ook voor de zorg. Met de gast zelf of met de vertegenwoordigers – vaak een zoon of dochter – worden er door de zorgondernemers vooraf afspraken gemaakt over de te bieden zorg. Deze worden vastgelegd in een overeenkomst, regelmatig geëvalueerd en wanneer nodig bijgesteld. Als ze dat willen kunnen gasten in een Herbergier blijven wonen tot aan het levenseinde.

Een veilige omgeving

Elke Herbergier wordt geleid door twee zorgondernemers die zelf ook in de Herbergier wonen. Zij hebben steun van een vast team medewerkers, die 95% van hun werktijd daadwerkelijk met de gasten doorbrengen. Er is geen personeelsruimte waar het team zich kan afzonderen, er wordt niet vergaderd en er worden geen lange rapportages geschreven. Zorgondernemers en personeel kunnen zo een echte band met hun gasten opbouwen, waardoor het mogelijk wordt mensen een beschermde en rustige omgeving te bieden.

Open deuren en geen onrustmedicatie

Het belang van een dergelijke veilige omgeving wordt duidelijk wanneer je kijkt naar de noodzaak van onrustmedicatie. In een Herbergier blijkt dit zelden meer nodig en wordt het in principe dan ook niet toegepast. Wanneer een nieuwe gast gewend is aan onrustmedicatie, wordt altijd geprobeerd het gebruik ervan af te bouwen.

Mensen die worden opgesloten hebben de neiging om te willen ‘ontsnappen’. Daarom zijn de deuren in een Herbergier niet gesloten. Onze gasten kunnen naar buiten als ze dat willen en bezoek kan altijd binnenwandelen. De wetenschap dat men niet opgesloten is geeft rust, en vermindert automatisch de drang om weg te lopen.

Kamers voor echtparen

In de meeste Herbergiers zijn een aantal kamers groot genoeg om met twee personen in te wonen. Op deze manier kunnen echtparen ook als zij geheugenproblemen krijgen bij elkaar blijven.